sta op
jezus is mijn kracht
jezus is mijn herder
jezus is god
jezus is bij mij
jezus is de alfa en de omega
jezus maakte mij vrij
jezus is koning der koningen
jezus is het levende woord
jezus is het licht
komt tot HEM
hij is vol liefde
kom zoals je bent
hij is de deur
hij geeft je het levende water
verheug je
lach en dankt de heren
sta op en wandel met hem
hij geeft je de rust
hij draagt het juk
neem de heren aan als je persoonlijke verlosser
hij is het licht het leven en de waarheid
zijn woorden zijn rechtvaardig
  de heer zit op zijn troon en lacht
wees niet bang
wees goet voor anderen
wees langzaam met uw woorden
luister naar zijn stem
sta op broeders sta op want de heer komt
wij hebben de levende beloften
wij zijn kinderen en worden tot zonen gestelt
wij gaan naar de heer soedig
sta op en kijk omhoog want de heer is nabij
weer verheugt
dank u here JEZUS
voor wat u voor ons heeft gedaan
wij zijn veilig onder uwer bloed
dank u heer voor de adem die u ons geeft
dank u heer voor de woorden die u ons geeft
dank u heer dat u ons vernieuwt dag bij dag
dank u heer voor het eeuwigeleven dat wij hebben gekregen door u bloed
dank u heer ik maak u grood
dank u heer ik houw van u
dank u heer u bent waarlijk heilig
amen amen amen
ook al zie ik je niet mijn kind
Please enter your comments?
mijn lieve kind je bent ver geestelijk maar ook lichamelijk
ik kan je niet knuffelen en niet meer praten over alles
ik ben n moeder die geleerd heeft om op afstand te houden
niet omdat ik je lief heb maar het doet pijn om je zo ver te zien maar de heer helpt jouw en je kinderen en je man hier mee te leven ik houw van jullie maar op afstand ik bid veel voor jullie en huil het uit bij de heer hij is mijn troost ik ben veel met de heer bezig
ik zie ook de wereld maar ook de zegeningen die jij mijn kind krijgt van de heer je heb een mooi groente tuin dat doet mij goed mijn kind vertrouw op de heer
jij moet op bouwen met je gezinnetje
vergeet nooit als je des avond naar de troon gaat dan ben ik er ook we zijn verbonden met de heer ook al zie ik je niet maar ik ben geestelijk dicht bij je de heer doet je opstaan de heer geeft je kracht als je niet meer kan laat hij je opstaan kijk naar boven mijn kind ik kijk ook straks zullen wij elkaar zien in christus en ook mn klein kinderen en je mannetje nee ik ben niet bedroeft maar blij in mijn heer de tijden worden donkerder ik zie het hier aan de mens maar ik weet dat de heer komt de levende belofte die hij ons gegeven heeft blijf staan mijn kind en loop de levende weg met
de heer nog maal verheug je en wees blij met wat je heb blijf nederig vertrouw geen mensen maar vertrouw op de heer roep hem aan als je benauwt heb hij helpt je vele zegeningen toe gewenst je moeder maar ook je zuster in christus
================================================================================
de leven de heer die bij ons is in n ieder die geloofd
Please enter your comments?
wees niet bedroefd sta op en wandel verder
alles heeft een tijd
wees krachtig in het woord
kijk op naar de heer
bid
ga naar de troon der genaden
daar zullen wij ten samen zijn
bij de heer
laat je niet bedroeven
ik zeg dit met tranen voor de liefde van onze heer en zalig maker
kijk niet in de wereld dit is maar een tijd
wetende dat de heer komt hij komt hij komt alleluja ja heer kom wij zijn verblijdende in u o heer
ik houw van u
ook al zijn wij moede
maar wij staan in de genaden die u volbracht heeft mijn hard springt op als ik lees of luister naar uwer worden verfrissende mijn dorst
naar u verlangende ook mijn angsten zullen verdwijnen heer ik wandel met de dag en sta op in de hope van uwer woorden heer dank u voor uwer liefde die u gegeven heeft voor ons heer de wereld is donker en duister maar wetende dat wij in uwer licht mogen wandelen amen heer amen de glorie is voor u mijn heer amen
============================================================================

Houd stand
10 Ten slotte, zoek uw kracht in de Heer, in de kracht van zijn macht. 11 Trek de wapenrusting van God aan om stand te kunnen houden tegen de listen van de duivel. 12 Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen. 13 Neem daarom de wapens van God op om weerstand te kunnen bieden op de dag van het kwaad, om goed voorbereid stand te kunnen houden. 14 Houd stand, met de waarheid als gordel om uw heupen, de gerechtigheid als harnas om uw borst, 15 de inzet voor het evangelie van de vrede als sandalen aan uw voeten, 16 en draag bovenal het geloof als schild waarmee u alle brandende pijlen van hem die het kwaad zelf is kunt doven. 17 Draag als helm de verlossing en als zwaard de Geest, dat wil zeggen Gods woorden.
18 Laat u bij het bidden leiden door de Geest, iedere keer dat u bidt; blijf waakzaam en bid voortdurend voor alle heiligen. 19 Bid ook voor mij, dat mij de juiste woorden gegeven worden wanneer ik verkondig, zodat ik met vrijmoedigheid het mysterie mag openbaren van het evangelie 20 waarvan ik gezant ben, ook in de gevangenis. Bid dat ik daarbij zo vrijmoedig spreek als nodig is.

21 Opdat ook u weet hoe ik het maak, zal Tychikus, onze geliefde broeder, die zo trouw de Heer dient, u alles vertellen. 22 Juist met dit doel stuur ik hem naar u toe, om u over onze omstandigheden in te lichten en om u moed in te spreken.
23 Vrede zij met de broeders en zusters, en liefde en geloof, van God, de Vader, en van Jezus Christus, de Heer. 24 Genade en onvergankelijkheid zij met allen die onze Heer Jezus Christus liefhebben.
===========================================================================

De wijsheid van God en de wijsheid der wereld 1 Korinthe 1,17-31
Please enter your comments?
17 Want Christus heeft mij niet gezonden, om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen; niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus niet verijdeld worde.
18 Want het woord des kruises is wel dengenen, die verloren gaan, dwaasheid; maar ons, die behouden worden, is het een kracht Gods;
19 Want er is geschreven: Ik zal de wijsheid der wijzen doen vergaan, en het verstand der verstandigen zal Ik te niet maken.
20 Waar is de wijze? Waar is de schriftgeleerde? Waar is de onderzoeker dezer eeuw? Heeft God de wijsheid dezer wereld niet dwaas gemaakt?
21 Want nademaal, in de wijsheid Gods, de wereld God niet heeft gekend door de wijsheid, zo heeft het Gode behaagd, door de dwaasheid der prediking, zalig te maken, die geloven;
22 Overmits de Joden een teken begeren, en de Grieken wijsheid zoeken;
23 Doch wij prediken Christus, den Gekruisigde, den Joden wel een ergernis, en den Grieken een dwaasheid;
24 Maar hun, die geroepen zijn, beiden Joden en Grieken, prediken wij Christus, de kracht Gods, en de wijsheid Gods.
25 Want het dwaze Gods is wijzer dan de mensen; en het zwakke Gods is sterker dan de mensen.
26 Want gij ziet uw roeping, broeders, dat gij niet vele wijzen zijt naar het vlees, niet vele machtigen, niet vele edelen.
27 Maar het dwaze der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij de wijzen beschamen zou; en het zwakke der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij het sterke zou beschamen;
28 En het onedele der wereld, en het verachte heeft God uitverkoren, en hetgeen niets is, opdat Hij hetgeen iets is, te niet zou maken;
29 Opdat geen vlees zou roemen voor Hem.
30 Maar uit Hem zijt gij in Christus Jezus, Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing;
31 Opdat het zij, gelijk geschreven is: Die roemt, roeme in den Heere.
=============================================================================

1 En wij bidden u, broeders, door de toekomst van onzen Heere Jezus Christus, en onze toevergadering tot Hem,
2 Dat gij niet haastelijk bewogen wordt van verstand, of verschrikt, noch door geest, noch door woord, noch door zendbrief, als van ons geschreven, alsof de dag van Christus aanstaande ware.
3 Dat u niemand verleide op enigerlei wijze; want die komt niet, tenzij dat eerst de afval gekomen zij, en dat geopenbaard zij de mens der zonde, de zoon des verderfs;
4 Die zich tegenstelt, en verheft boven al wat God genaamd, of als God geŽerd wordt, alzo dat hij in den tempel Gods als een God zal zitten, zichzelven vertonende, dat hij God is.
5 Gedenkt gij niet, dat ik, nog bij u zijnde, u deze dingen gezegd heb?
6 En nu, wat hem wederhoudt, weet gij, opdat hij geopenbaard worde te zijner eigen tijd.
7 Want de verborgenheid der ongerechtigheid wordt alrede gewrocht; alleenlijk, die hem nu wederhoudt, die zal hem wederhouden, totdat hij uit het midden zal weggedaan worden.
8 En alsdan zal de ongerechtige geopenbaard worden, denwelken de Heere verdoen zal door den Geest Zijns monds, en te niet maken door de verschijning Zijner toekomst;
9 Hem, zeg ik, wiens toekomst is naar de werking des satans, in alle kracht, en tekenen, en wonderen der leugen;
10 En in alle verleiding der onrechtvaardigheid in degenen, die verloren gaan; daarvoor dat zij de liefde der waarheid niet aangenomen hebben, om zalig te worden.
11 En daarom zal God hun zenden een kracht der dwaling, dat zij de leugen zouden geloven;
12 Opdat zij allen veroordeeld worden, die de waarheid niet geloofd hebben, maar een welbehagen hebben gehad in de ongerechtigheid.
Opwekking tot standvastigheid
13 Maar wij zijn schuldig altijd God te danken over u, broeders, die van den Heere bemind zijt, dat u God van den beginne verkoren heeft tot zaligheid, in heiligmaking des Geestes, en geloof der waarheid;
14 Waartoe Hij u geroepen heeft door ons Evangelie, tot verkrijging der heerlijkheid van onzen Heere Jezus Christus.
15 Zo dan, broeders, staat vast en houdt de inzettingen, die u geleerd zijn, hetzij door ons woord, hetzij door onzen zendbrief.
16 En onze Heere Jezus Christus Zelf, en onze God en Vader, Die ons heeft liefgehad, en gegeven heeft een eeuwige vertroosting en goede hoop in genade,
17 Vertrooste uw harten, en versterke u in alle goed woord en werk.


dank u heer
van morgen  keek ik naar buiten ja hoor de mussen waren er weer de heer voed ze
ik moet denken aan de heer waarom zouw  de vader mij een slang geven? als ik om brood vraag
de stappen die ik soms moet maken  ja de heer geeft het aan mij
zelfs mijn denken zijn van hem
en ja mijn adem
heer ik ben dankbaar ook al is er soms storm
mijn gedachten laat ik door uwer woord leiden
ja heer u ben de eeuwige god die in mij leeft
leef dan het eeuwige leven  met de heer
ja heer ik heb u lief
heer dank u voor u woorden
terwijl ik schrijf  oja ik word aan gevallen
maar wij staan met christus hoger
wij zijn over winnaars in christus onze heer en zalig maker
kijk om hoog want de heer komt
dan zal alles goed zijn
wij  zijn een nieuwe scheping in christus onze heer
ik kijk om hoog heer kom heer jezus kom amen amen
Godsvertrouwen in gevaren

1 Wie in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten,

vernacht in de schaduw des Almachtigen.

2 Ik zeg tot de Here: Mijn toevlucht en mijn vesting,

mijn God, op wie ik vertrouw.

3 Want Hij is het, die u redt van de strik des vogelvangers,

van de verderfelijke pest.

4 Met zijn vlerken beschermt Hij u,

en onder zijn vleugelen vindt gij een toevlucht;

zijn trouw is schild en pantser.

5 Gij hebt niet te vrezen voor de verschrikking van de nacht,

voor de pijl, die des daags vliegt;

6 voor de pest, die in het duister rondwaart,

voor het verderf, dat op de middag vernielt.

7 Al vallen er duizend aan uw zijde,

en tienduizend aan uw rechterhand,

tot u zal het niet genaken;

8 slechts zult gij het met uw ogen aanschouwen,

en de vergelding aan de goddelozen zien.

9 Want Gij, o Here, zijt mijn toevlucht.

De Allerhoogste hebt gij tot uw schutse gesteld;

10 geen onheil zal u treffen,

en geen plaag zal uw tent naderen;

11 want Hij zal aangaande u zijn engelen gebieden,

dat zij u behoeden op al uw wegen;

12 op de handen zullen zij u dragen,

opdat gij uw voet niet aan een steen stoot.

13 Op leeuw en adder zult gij treden,

jonge leeuw en slang zult gij vertrappen.

14 Omdat hij Mij zeer bemint, zal Ik hem bevrijden;

Ik zal hem beschutten, omdat hij mijn naam kent.

15 Roept hij Mij aan, Ik zal hem antwoorden;

Ik zal in de benauwdheid bij hem zijn,

Ik zal hem uitredden en tot ere brengen.

16 Met lengte van dagen zal Ik hem verzadigen,

en Ik zal hem mijn heil doen zien.
woorden God,s
hoe nu
wat je weet is van nu
wat vroeger was is geweest
morgen ? ik weet het niet alleen mijn HEER
soms lol soms huilen
maar alle tranen word gewist in de HEMEL
nee ik ben niet bang
de HEER is met mij in mij
nee ik ga niet dood
mijn geest keert terug naar God
Wij zijn met CHRISTUS een pland
en de dag die ik krijg is van mijn HEER
ben ook niet bezorgt wat komen zal
leg alles voor de troon
de HEER zorgt
laat je niet geestelijk heen en weer bewegen
want ook god maakt ons als een mooi vat
bid allen dagen voor de broeders en susters
want het gebed is het hoogte
daarom broeders vergeet het geen achter u is  gedenk ook niet het kwaden maar het goeden
wat u ontvangen heeft van onze HEER en Zalig maker
de HEER maakt u zo als HIJ het wil
wij zijn gezet in de hemel daar waar onze HEER is
zittende op ZIJNER troon en lacht
gij broeders kijk omhoog verwachtende de zoon van god onze heer chrstus Jezus
amen
Uitnemendheid der wijsheid
Mijn zoon! zo gij mijn redenen aanneemt, en mijn geboden bij u weglegt;
Om uw oren naar wijsheid te doen opmerken; zo gij uw hart tot verstandigheid neigt;
Ja, zo gij tot het verstand roept, uw stem verheft tot de verstandigheid;
Zo gij haar zoekt als zilver, en naspeurt als verborgen schatten;
Dan zult gij de vreze des Heeren verstaan, en zult de kennis van God vinden.
Want de Heere geeft wijsheid; uit Zijn mond komt kennis en verstand.
Hij legt weg voor de oprechten een bestendig wezen; Hij is een Schild dengenen, die oprechtelijk wandelen;
Opdat zij de paden des rechts houden; en Hij zal den weg Zijner gunstgenoten bewaren.
Dan zult gij verstaan gerechtigheid, en recht, en billijkheden, en alle goed pad.
Als de wijsheid in uw hart zal gekomen zijn, en de wetenschap voor uw ziel zal liefelijk zijn;
Zo zal de bedachtzaamheid over u de wacht houden, de verstandigheid zal u behoeden;
Om u te redden van den kwaden weg, van den man, die verkeerdheden spreekt;
Van degenen, die de paden der oprechtheid verlaten, om te gaan in de wegen der duisternis;
Die blijde zijn in het kwaad doen, zich verheugen in de verkeerdheden des kwaden;
Welker paden verkeerd zijn, en afwijkende in hun sporen;
Om u te redden van de vreemde vrouw, van de onbekende, die met haar redenen vleit;
Die den leidsman harer jonkheid verlaat, en het verbond haars Gods vergeet;
Want haar huis helt naar den dood, en haar paden naar de overledenen.
Allen die tot haar ingaan, zullen niet wederkomen, en zullen de paden des levens niet aantreffen;
Opdat gij wandelt op den weg der goeden, en houdt de paden der rechtvaardigen.
Want de vromen zullen de aarde bewonen, en de oprechten zullen daarin overblijven;
Maar de goddelozen zullen van de aarde uitgeroeid worden, en de trouwelozen zullen er van uitgerukt worden.
Spreuken 2:1-22
MattheŁs 24:1-51


    Verwoesting van Jeruzalem voorzegd; begin der smarten
    En Jezus ging uit en vertrok van den tempel; en Zijn discipelen kwamen bij Hem, om Hem de gebouwen des tempels te tonen.
    En Jezus zeide tot hen: Ziet gij niet al deze dingen? Voorwaar zeg Ik: Hier zal niet een steen op den anderen steen gelaten worden, die niet afgebroken zal worden.
    En als Hij op den Olijfberg gezeten was, gingen de discipelen tot Hem alleen, zeggende: Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn, en welk zal het teken zijn van Uw toekomst, en van de voleinding der wereld?
    En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Ziet toe, dat u niemand verleide.
    Want velen zullen komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus; en zij zullen velen verleiden.
    En gij zult horen van oorlogen, en geruchten van oorlogen; ziet toe, wordt niet verschrikt; want al die dingen moeten geschieden, maar nog is het einde niet.
    Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen zijn hongersnoden, en pestilentien, en aardbevingen in verscheidene plaatsen.
    Doch al die dingen zijn maar een beginsel der smarten.
    Alsdan zullen zij u overleveren in verdrukking, en zullen u doden, en gij zult gehaat worden van alle volken, om Mijns Naams wil.
    En dan zullen er velen geergerd worden, en zullen elkander overleveren, en elkander haten.
    En vele valse profeten zullen opstaan, en zullen er velen verleiden.
    En omdat de ongerechtigheid vermenigvuldigd zal worden, zo zal de liefde van velen verkouden.
    Maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.
    En dit Evangelie des Koninkrijks zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis allen volken; en dan zal het einde komen.

    De grote verdrukking
    Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniel, den profeet, staande in de heilige plaats; (die het leest, die merke daarop!)
    Dat alsdan, die in Judea zijn, vlieden op de bergen;
    Die op het dak is, kome niet af, om iets uit zijn huis weg te nemen;
    En die op den akker is, kere niet weder terug, om zijn klederen weg te nemen.
    Maar wee den bevruchten, en den zogenden vrouwen in die dagen!
    Doch bidt, dat uw vlucht niet geschiede des winters, noch op een sabbat.
    Want alsdan zal grote verdrukking wezen, hoedanige niet is geweest van het begin der wereld tot nu toe, en ook niet zijn zal.
    En zo die dagen niet verkort werden, geen vlees zou behouden worden; maar om der uitverkorenen wil zullen die dagen verkort worden.
    Alsdan, zo iemand tot ulieden zal zeggen: Ziet, hier is de Christus, of daar, gelooft het niet.
    Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan, en zullen grote tekenen en wonderheden doen, alzo dat zij (indien het mogelijk ware) ook de uitverkorenen zouden verleiden.
    Ziet, Ik heb het u voorzegd!
    Zo zij dan tot u zullen zeggen: Ziet, hij is in de woestijn; gaat niet uit; Ziet, hij is in de binnenkameren; gelooft het niet.
    Want gelijk de bliksem uitgaat van het oosten, en schijnt tot het westen, alzo zal ook de toekomst van den Zoon des mensen wezen.
    Want alwaar het dode lichaam zal zijn, daar zullen de arenden vergaderd worden.

    De komst van Christus
    En terstond na de verdrukking dier dagen, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van den hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen bewogen worden.
    En alsdan zal in den hemel verschijnen het teken van den Zoon des mensen; en dan zullen al de geslachten der aarde wenen, en zullen den Zoon des mensen zien, komende op de wolken des hemels, met grote kracht en heerlijkheid.
    En Hij zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van groot geluid, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden, van het ene uiterste der hemelen tot het andere uiterste derzelve.
    En leert van den vijgeboom deze gelijkenis: wanneer zijn tak nu teder wordt, en de bladeren uitspruiten, zo weet gij, dat de zomer nabij is.
    Alzo ook gijlieden, wanneer gij al deze dingen zult zien, zo weet, dat het nabij is, voor de deur.
    Voorwaar, Ik zeg u: Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn.
    De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.

    Vermaning tot waakzaamheid
    Doch van dien dag en die ure weet niemand, ook niet de engelen der hemelen, dan Mijn Vader alleen.
    En gelijk de dagen van Noach waren, alzo zal ook zijn de toekomst van den Zoon des mensen.
    Want gelijk zij waren in de dagen voor den zondvloed, etende en drinkende, trouwende en ten huwelijk uitgevende, tot den dag toe, in welken Noach in de ark ging;
    En bekenden het niet, totdat de zondvloed kwam, en hen allen wegnam; alzo zal ook zijn de toekomst van den Zoon des mensen.
    Alsdan zullen er twee op den akker zijn, de een zal aangenomen, en de ander zal verlaten worden.
    Er zullen twee vrouwen malen in den molen, de ene zal aangenomen, en de andere zal verlaten worden.
    Waakt dan; want gij weet niet, in welke ure uw Heere komen zal.
    Maar weet dit, dat zo de heer des huizes geweten had, in welke nachtwake de dief komen zou, hij zou gewaakt hebben, en zou zijn huis niet hebben laten doorgraven.
    Daarom, zijt ook gij bereid; want in welke ure gij het niet meent, zal de Zoon des mensen komen.